22
‘Hij kwam uit het niets,’ zei Alex.
Ze zat op een brancard in een privékamertje op de spoedeisende hulp en zag eruit als een actrice die het slachtoffer van een ongeluk speelde. Alleen bij Alex kon een ziekenhuishemd zo aantrekkelijk langs één schouder omlaag glijden. Alleen Alex kon zonder dat haar mascara vlekte uit een auto-ongeluk komen. Als je bedenkt dat ze door een team van brandweermannen uit haar Lexus was gesneden en dat de man in de andere auto een verbrijzeld dijbeen had, grensde het aan een wonder. Net iets voor Alex.
‘Echt, ik was niet aan het bellen of met de radio bezig of zo,’ was Alex net aan het vertellen toen we de kamer binnenkwamen. Een politieagent zat in een hoek aantekeningen te maken in een blocnote en een arts nam Alex’ bloeddruk op.
‘Hij zei dat je voor het stopbord was gestopt en ineens optrok toen hij bij de kruising aankwam,’ zei de agent, nadat hij een paar bladzijden had teruggebladerd in zijn blocnote.
‘Ik zag hem niet. Hij moet te hard hebben gereden, want het ene moment was hij er niet en het volgende ramde hij de zijkant van mijn… Wauw!’ Alex gaapte me aan. ‘Kekke outfit, zusje!’ Ze strekte haar hals naar me uit. ‘Heb je make-up op?’
Ik was het bijna vergeten. Typisch Alex om de aandacht te vestigen op het enige waardoor ik me nog slechter zou voelen: een herinnering voor mij en Bradley aan hoezeer ik me voor vanavond had uitgesloofd.
‘Ja,’ zei ik mat en ik ontweek haar vragende blik. Waarom moesten we hier halsoverkop naartoe als Alex niets had? En waarom – en dit was de vraag die ik in de donkerste uren van deze nacht steeds maar weer zou herkauwen terwijl ik wist dat er geen goed antwoord op was – had Alex Brádley gebeld?
Ik sloeg mijn ogen neer, maar niet voordat Alex van mij naar Bradley en terug kon kijken. Ze zei niets, maar ze had het wel door. Het was avond, we waren samen en ik droeg sexy kleding en make-up. De lucht was zo zwaar van onuitgesproken gedachten en ontluikend besef dat ik het gevoel kreeg dat ik verdronk.
‘We willen graag uw bloed op alcohol testen,’ zei de arts terwijl ze het klittenband van Alex’ bovenarm haalde. Het leek alsof iemand een schot had gelost in de ruimte; Bradley, Alex en ik schrokken alle drie.
‘Dat meen je toch niet?’ vroeg Alex. ‘Ik heb niets gedronken vanavond. Nou, misschien een glas wijn – een hálf glas, het was heel slechte wijn – maar meer niet. En dat was een paar uur geleden.’
‘Dus u hebt er geen bezwaar tegen?’ vroeg de politieagent.
Alex rolde met haar ogen. ‘Ga je gang. Maar doe het dan ook bij de andere bestuurder. Hij was degene die die kruising op kwam stuiven.’
Tot dusver hadden Bradley en Alex elkaar amper aangekeken. Het was helderder en flagranter dan als Bradley haar vastgepakt zou hebben voor een enorme zoen. De energie die het hun kostte om elkaar niet te erkennen, zette de ruimte praktisch onder stroom. Ik wilde dat ik door de grond kon zakken, verdwijnen en geen van beiden ooit meer hoefde te zien. Of nog beter, dat zij zouden verdwijnen.
‘Er is iets wat jullie moeten weten,’ zei Bradley ineens. Zijn normaal gesproken vriendelijke stem klonk zo autoritair dat iedereen in de ruimte stopte met wat hij aan het doen was en naar hem keek.
‘Ze heeft al een paar weken problemen met haar zicht,’ zei Bradley.
‘Bradley,’ fluisterde Alex, alsof ze hem smeekte.
Hoe wist hij dat? De vraag schreeuwde door mijn hoofd. Hoe vaak hadden ze elkaar gezien de afgelopen weken?
Bradley strekte zijn arm en legde zijn hand naast die van Alex op het ziekenhuislaken. En toen zag ik het: Alex had niets meer om haar ringvinger. Ik tastte naar de muur achter me omdat mijn zicht wazig begon te worden. Ik staarde naar hun handen en moest ineens denken aan Bradleys foto in de woonkamer van de verstrengelde handen van een lang getrouwd stel.
Alsjeblieft, niet dit.
‘Ze moet de lettergrootte van haar e-mails vergroten om ze te kunnen lezen,’ zei Bradley. Hij keek achterom en wierp mij een verontschuldigende blik toe. Ik draaide mijn hoofd weg, ik kon hem niet in de ogen kijken.
‘Ik was moe,’ zei Alex en ze klonk nu boos, bijna agressief. ‘Jezus zeg, ik had al honderd mails doorgelezen of zo. Meer zat er niet achter. Mijn ogen waren moe.’
De arts haalde een klein zaklampje uit de borstzak van haar witte jas.
‘Kijk eens omhoog,’ zei ze terwijl ze in Alex’ ogen scheen. ‘Naar links. Rechts. Kijk nu eens in de lamp.’
Ze hield de lamp nog een tijdje op Alex’ ogen gericht. ‘Heb je nog andere symptomen?’
‘Nee,’ antwoordde Alex, maar op precies hetzelfde moment zei Bradley: ‘Hoofdpijn.’
Ik kneep mijn ogen dicht. Hoe had ik zo dom kunnen zijn? Hoe had ik niet kunnen weten wat er tussen mijn eigen zus en de man van wie ik hield speelde?
‘Hoe vaak?’ vroeg de arts.
‘Een paar keer per week,’ zei Alex. ‘Dat komt door stress. Ik heb nogal veel aan mijn hoofd. Echt, ik ben niet dronken en ik word niet blind. Ga die andere vent pesten, oké? Het was zijn schuld.’
‘Ik vraag een MRI aan,’ zei de arts. ‘Gewoon uit voorzorg.’
Alex zuchtte. ‘Kom op, is dat nou echt nodig? Oké, misschien lette ik niet zo goed op. Misschien keek ik even naar beneden of zo.’
‘We willen gewoon helemaal zeker zijn,’ zei de arts.
‘Alex,’ zei Bradley. Zijn blik bleef op haar gericht. Het was alsof ik niet aanwezig was in de ruimte, alsof hij me al vergeten was. Ze keek op in zijn gezicht en er gebeurde iets tussen hen. Het was alsof ze zonder ook maar één woord te zeggen een heel gesprek voerden.
‘Oké,’ zei ze uiteindelijk. ‘Goed.’
‘Je mag meteen langs radiologie,’ zei de arts. ‘Je zult misschien even moeten wachten, maar je mag er wel tussendoor.’
‘Nu?’ vroeg Alex en ze klonk ineens gespannen.
‘Dan is het meteen maar gebeurd nu je er toch bent,’ zei de arts, die een hand op Alex’ schouder legde. Haar gezicht stond aardig, veel aardiger dan eerder. Mijn hemel, ze dacht toch niet dat er echt iets ernstigs met Alex’ ogen aan de hand was? De ruimte begon weer te hellen en te tollen. Er gebeurde te veel te snel.
‘Dat is makkelijker dan wanneer je volgende week moeten terugkomen,’ zei de arts.
Alex sloeg haar armen om zichzelf heen en knikte.
‘Mag ik misschien een deken?’ vroeg ze.
‘Ik zal een verpleegkundige vragen er een te brengen,’ zei de arts. Ze kneep in Alex’ schouder en verliet het hokje. De politieagent ging haar zonder een woord te zeggen achterna.
‘Hier,’ zei Bradley. Hij trok snel zijn pullover uit en legde hem om Alex’ schouders. Deze keer keek hij niet verontschuldigend naar mij, het enige wat er op zijn gezicht te lezen stond was bezorgdheid. Om Alex. Een knoop zo groot en hard als een golfbal vormde zich in mijn keel, waardoor ik maar moeilijk kon slikken.
‘Die ziekenhuishemden zijn echt vreselijk,’ zei Alex.
‘Ja,’ zei ik. Het was praktisch het eerste wat ik zei sinds we waren binnengekomen. Ik was zo geschokt dat ik me verdoofd voelde. Er gebeurde te veel en dus schakelde ik uit.
De film, herinnerde ik me ineens. Ik dacht toen dat Alex met Bradley flirtte. Mijn god, ze kon de woorden op het scherm echt niet lezen.
‘Linds?’ vroeg Alex. ‘Ga je met me mee naar die MRI?’
Ik knikte. ‘Natuurlijk.’ Wat kon ik anders zeggen?
‘Weet je, dit is niet het moment, maar ik moet je een paar dingen vertellen,’ zei ze. ‘Ik heb geprobeerd je te pakken te krijgen.’
‘Ja,’ zei ik. ‘Ik ben erg druk geweest.’
‘Ik weet het,’ zei ze. ‘Met je werk, hè?’
Ik keek angstig naar Bradley, maar hij verraadde me niet.
‘Ja, zoals gewoonlijk,’ zei ik.
Een verpleegkundige kwam gejaagd de ruimte in met een deken en drapeerde hem over Alex heen.
‘Ooh, hij is verwarmd,’ zei Alex.
‘Alleen het beste is goed genoeg,’ zei de verpleegkundige. ‘Ik ben een fan. Ik ben dol op je show. Kijk er altijd naar. Is je co-host net zo knap in het echt?’
‘Beloof je dat je het niet doorvertelt?’ vroeg Alex. Ik zag haar in haar rol van beroemdheid glippen; ze zwiepte haar haar naar achteren en zette haar opgewekte tv-glimlach op. Hoe deed ze dat toch? Was dat wat zoveel jaar voor de camera met je deed? Leerde het je je ware gevoelens af te sluiten alsof je een knop omzette, vroeg ik me af.
Want dat was een vaardigheid waar ik op dit moment een moord voor zou doen.
De verpleegkundige knikte geestdriftig.
‘Hij heeft een haartransplantatie gehad,’ fluisterde Alex zogenaamd heel zacht. ‘Van dichtbij kun je de lijntjes van de enten zien.’
‘O nee, nu ben ik een illusie armer,’ lachte de verpleegkundige.
‘Sorry,’ zei Alex met een knipoog. ‘Je zult net als alle anderen toch voor Brad Pitt moeten gaan.’
Er kwam een ziekenbroeder binnen met een rolstoel.
‘Hij rijdt je naar de MRI,’ zei de verpleegster. ‘Die is zo gepiept. Klaar om de rolstoel in te gaan?’
Alex duwde haar deken van zich af en zwaaide haar benen over de rand van het bed. Ze had felroze gelakte teennagels en haar benen waren glad en licht gebruind. Zelfs hier, zelfs onder deze omstandigheden, bewoog Alex zo gracieus als een danseres.
Geen wonder dat Bradley voor haar had gekozen, dacht ik mistroostig.
‘Bradley? Wacht je hier op ons?’ vroeg Alex.
Hij knikte. ‘Wat jij wilt.’
Ik liep naast hen mee toen de broeder haar naar de lift duwde en ons meenam naar de kelder. Na overleg met de baliemedewerkster liet hij ons in een klein kamertje achter.
‘Dit is een gestoord moment om je dit te vertellen,’ zei Alex, ‘maar ik ben niet meer verloofd. Gary en ik zijn een paar dagen geleden uit elkaar gegaan. Ik wilde het je vertellen, maar…’
‘Maar je kon me niet bereiken,’ zei ik. Alex had twee keer gebeld in de afgelopen twee dagen, maar ik had haar niet teruggebeld. ‘Heb je het al aan papa en mama verteld?’
‘Ik was naar ze onderweg toen die eikel me aanreed,’ zei Alex. Ze schudde haar hoofd. ‘Ze zullen het niet leuk vinden. Ze zijn dol op Gary. Jezus, ik denk steeds aan dat verlovingsfeest. Ik moet het aan zoveel mensen vertellen.’
De vraag die op mijn lippen brandde – wat is er gebeurd? – slikte ik in, omdat ik het antwoord niet wilde weten. Of misschien omdat ik het al wist. Alex en Bradley waren samen. Als het niet al zo was, zat het eraan te komen.
Ik dacht dat het net zo erg zou zijn als wanneer het voor Alex alleen maar een spelletje was, maar ik had ongelijk. Dit was erger. Veel erger.
Alex keek me aan en wachtte totdat ik iets zou zeggen.
‘Het leek zo goed te gaan tussen jou en Gary,’ zei ik uiteindelijk. ‘Jullie waren zo’n mooi stel.’
‘Dat zei iedereen, ja.’ De woorden barstten zo woest uit Alex dat ik bijna terugdeinsde. ‘Dat we zo’n mooi stel waren. Alsof iedereen dacht dat we bij elkaar hoorden vanwege ons uiterlijk. Ik denk…’ Alex’ stem werd zachter alsof wat ze nu ging zeggen het pijnlijkst was. ‘O shit, ik denk dat dat ook deels was waarom Gary van me hield.’
Ze ging met een hand over haar ogen en masseerde haar slapen.
‘Het zag eruit alsof we bij elkaar pasten,’ fluisterde ze, ‘maar dat deden we niet. Nooit gedaan, hoe hard ik ook probeerde dat voor elkaar te krijgen.’
Ik staarde naar haar. Dit was niet de Alex die ik kende. Geen woordgrapjes of scherpzinnigheden; ze vertelde me haar echte gevoelens, was openhartig, zoals May mij had geadviseerd te zijn. Als het om iemand anders dan Bradley was gegaan had dit moment een keerpunt voor ons kunnen zijn. We hadden misschien zelfs zussen in elke zin van het woord kunnen worden. Maar het donkere, laakbare zaad van mijn jaloezie was tot iets hards en noests uitgegroeid, iets dat zich tussen Alex en mij in werkte.
‘Ik hield van Gary,’ zei Alex. ‘Dat dacht ik tenminste. Maar er ontbrak iets. We práátten nooit. We deden heel vaak dingen samen en hadden altijd lol, maar als we alleen waren, hadden we elkaar niet veel te zeggen. Niet zoals met…’ Ze onderbrak zichzelf.
‘Met Bradley?’ vroeg ik mat.
Alex sloeg haar ogen neer. ‘Ik weet dat jullie al eeuwen bevriend zijn. Ik had hem nooit anders gezien dan als vriend van jou. Maar toen hij die foto’s maakte op ons verlovingsfeest, schoot de vonk over.’
Op je verlovingsfeest, dacht ik bitter. Lekkere timing.
‘Ik wilde het je steeds vertellen,’ zei Alex, ‘maar het was nooit het goede moment. En er is ook niks gebeurd tussen ons.’
Nóg niet, dacht ik. Jezus, waarom deed Alex me dit altijd aan? Waarom kon het nooit simpel zijn tussen ons? Daar zaten we dan, te wachten op een MRI die ons zou vertellen of er iets mis was met haar ogen, en ik zat hier met zoveel opgekropte jaloezie, woede en schaamte dat ik het gevoel had dat ik uit elkaar klapte. Hoe kon ik mijn zus verachten als ze op haar kwetsbaarst was?
‘Ik weet dat het een beetje vreemd is, omdat jij en Bradley zo close waren,’ zei ze, ‘maar hij zei dat er nooit iets was gebeurd tussen jullie.’
Ik voelde haar blik over mijn strakke topje, mijn losse haar en mijn gezicht gaan. ‘Je ziet er echt fantastisch uit, weet je dat?’ Haar toon werd vragend. ‘Maar goed, jij hebt die jongen in New York. Toch?’
Ik kneep mijn ogen dicht. O god. Zoveel misverstanden. Zoveel tegenstrijdige signalen. Zo was de relatie tussen Alex en mij.
Als ik nee zou zeggen, als ik zou zeggen dat ik niemand in New York had, en dat ik van Bradley hield, zou je hem dan met rust laten, vroeg ik me af. Of zou je besluiten dat jouw geluk meer waard was dan mijn ellende, net als toen die ouderejaars me in dat kluisje hadden willen stoppen?
‘Lindsey?’
Ik knikte. Eén keer – het was meer een kort rukje van mijn hoofd – maar het was genoeg voor Alex. Wat kon ik anders? Bradley wilde me niet. Het was al erg genoeg dat mijn hart gebroken was, ik kon tenminste nog proberen de versnipperde restjes van mijn trots te redden.
‘Ik wist het!’ zei ze. Ze grijnsde en keek opgelucht. ‘Ik wist dat je gewoon geheimzinnig zat te doen. Ga je me nog een keer over hem vertellen of hoe zit dat?’
De verpleegkundige redde me.
‘Alexandra Rose?’ riep ze.
Ik stond op en duwde Alex naar haar toe.
‘Deze kant op,’ zei de verpleegkundige. Ze ging ons voor door nog een deur, een steriel uitziende kamer in met daarin een witte machine die in het midden de vorm had van een enorme donut. ‘Je komt hierop te liggen. Het duurt ongeveer een halfuur. Heb je last van claustrofobie?’
‘Als ik ja zeg, neem jij dan mijn plaats in?’ grapte Alex. Er kon niet eens een glimlachje af bij de verpleegkundige.
De specialist, een jonge latino, kwam binnen en drukte op een paar knoppen. Hij wierp amper een blik op Alex en mij.
‘Gezellige boel hier,’ zei Alex en met een brede grijns rolde ze met haar ogen naar me. ‘Hebben jullie allemaal een bijbaantje bij een begrafenisonderneming?’
Ze probeerde leuk te doen, maar er klopte iets niet. Haar stem en gebaren waren bijna manisch, haar grappen geforceerd. Ze was vast doodsbang, besefte ik opeens. Ik had zo klem gezeten in mijn eigen ellende dat ik het niet gezien had. Natuurlijk was ze doodsbang. Wie zou dat niet zijn?
‘Haal al uw creditcards uit uw portemonnee en leg ze daar neer,’ instrueerde de specialist. ‘Anders worden ze gedemagnetiseerd.’
Ik pakte mijn portemonnee terwijl Alex hetzelfde deed. Ik verzamelde onze creditcards en legde ze in een plastic bakje net buiten de MRI-ruimte.
‘Blijf alstublieft stilliggen,’ zei de specialist. ‘We gaan u in het midden van de tafel leggen en uw hoofd wordt met dit masker op zijn plaats gehouden. Ligt u comfortabel?’
‘Net zo comfortabel als Hannibal Lecter,’ zei Alex toen de specialist haar hoofd in een grijs plastic masker klemde dat aan de tafel vastzat. ‘Heb je ook wat tuinbonen voor me?’
De specialist keek haar raar aan en stelde toen het masker dat over Alex’ voorhoofd zat bij zodat ze dat niet meer kon bewegen. Gebeurde dit nou echt, vroeg ik me af. Dachten de artsen echt dat er iets mis was in Alex’ hersens?
‘Lindsey?’ vroeg Alex. Haar stem klonk ver weg en beverig. ‘Wil je iets voor me doen?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde ik, en ik voelde me afschuwelijk dat mijn eerste gedachte was: vraag me alsjeblieft niet om Bradley voor je te gaan halen.
Ze zweeg even en vroeg toen: ‘Wil je mijn voet vasthouden?’
Ik aarzelde even, verbaasd, maar pakte toen haar linkervoet, die was het dichtst bij me. Hij was ijskoud. Na een tijdje begon ik hem automatisch te wrijven om te proberen hem warmer te krijgen. Wanneer had ik Alex voor het laatst aangeraakt, vroeg ik me af terwijl ik naar haar voet staarde. Een jaar geleden? Of twee? Het was moeilijk voor te stellen dat we de eerste negen maanden van ons leven langzame salto’s om elkaar heen hadden gedraaid terwijl onze tenen, wenkbrauwen en nagels aangroeiden.
‘Nu heel stilliggen,’ zei de specialist. Hij keek naar mij. ‘Mevrouw, u zult achteruit moeten.’
‘Het is goed, Alex,’ zei ik. Ik liet haar voet los en deed een paar stappen naar achteren. ‘Je doet het geweldig.’
De machine maakte een verbazingwekkend hard geluid – alsof iemand met een hamer op een pijp sloeg – toen de tafel in het midden van de enorme donut gleed en Alex uit het zicht verdween. We bleven een eeuwigheid in die positie terwijl de machine eindeloze dwarsdoorsneden van Alex’ hersens maakte.
‘Oké, u mag overeind komen,’ zei de specialist uiteindelijk. ‘Wacht tot u uit de machine bent.’
‘Mag ik gaan?’ vroeg Alex toen ze weer zat. ‘Dus alles is goed?’
‘U mag terug naar de spoedeisende hulp,’ zei hij. Hij was nu druk met de computer bezig om de scans van Alex’ hersens uit te printen. ‘Deze stuur ik naar je arts zodat zij ze kan beoordelen.’
‘Kan ik die stoel niet dumpen?’ vroeg Alex.
‘Sorry, dat is ziekenhuisbeleid,’ zei de specialist. Alex zuchtte en sprong in de rolstoel. Ik reed haar de deur door en de hal in. Maar toen we halverwege de lift waren, keek ik om de een of andere reden om. De specialist stond Alex in de deuropening na te kijken. Grappig, maar het was me niet eerder opgevallen hoe zacht zijn bruine ogen waren en wat een lange wimpers hij had. Ze hadden wel iets weg van reeënogen.
Terwijl hij Alex nastaarde, kwam zijn hand in beweging: eerst naar zijn voorhoofd, toen naar zijn hart, naar de linkerkant van zijn borst en naar de rechterkant.
‘Waarom stop je?’ vroeg Alex. ‘Gaan met die banaan.’
Ik kon geen antwoord geven. Ik kon geen woord uitbrengen.
De specialist sloeg een kruis. Hij bad in stilte voor Alex.